Kenmerken

Formaat

Het volwassen gewicht van stieren schommelt tussen 1.000 en 1.400 kg, met een schofthoogte van ongeveer 1,42 m tot 1,55 m. Het is echter niet ongewoon om exemplaren tegen te komen die meer dan 1.400 kg wegen.

Het gemiddelde gewicht van volwassen koeien varieert van 800 tot 1.150 kg, met een schofthoogte van 1,32 m tot 1,50 m.

Vacht

Afgezien van de bonte vacht (recessief ten opzichte van de „volledig gekleurde” vacht), die bij de meeste gekleurde dieren voorkomt, komen er binnen het ras drie soorten vachtkleuren voor: volledig wit, blauw (blauwbonte) en zwart (zwartbonte).

Deze drie vachtfenotypes komen overeen met de segregatie van een genpaar dat is overgeërfd van de Shorthorn.
Blauw (het equivalent van roan bij de Shortorn) is het tussenliggende fenotype (heterozygoot).

Van deze drie kleurfenotypes komt zwart het minst vaak voor.

 

Image

Vervolling

Bij raszuivere dieren leidt de lichaamsbouw van de kalveren, waarvan de slachtwaarde veel hoger ligt dan die van kalveren van andere rassen, tot moeilijkere bevallingen.

Daarom is het in België gangbare praktijk dat de bevalling van het Belgisch Wit-Blauw kalf door de bedrijfsdierenarts wordt begeleid.

Op basis van zijn expertise en met het oog op het welzijn van de moeder en het kalf kan de dierenarts besluiten tot een keizersnede. Deze praktijk wordt momenteel niet in twijfel getrokken binnen ons selectieprogramma. We voeren echter een zeer nauwkeurige monitoring van het ras uit. Zo worden bijvoorbeeld de lichaamsbouw en het geboortegewicht van de kalveren nauwkeurig gevolgd in het selectieprogramma, wat blijkt uit de uitzonderlijke eigenschappen van het ras bij eindkruisingen, met name wat betreft de gemakkelijke afkalving.

Bij kruisingen met Holstein-koeien bedraagt het percentage keizersneden slechts ongeveer 4 % en voor sommige stieren zelfs minder. Vergelijkende proeven die in verschillende Europese landen zijn uitgevoerd met Holstein-, Hereford- en Angus-koeien, hebben aangetoond dat het percentage geassisteerde kalveringen in dezelfde orde van grootte ligt als bij andere continentale vleesrassen (Limousin, Blonde d’Aquitaine...).

Bij kruisingen met Holstein-koeien ligt het percentage keizersneden slechts rond de 4 % en bij sommige stieren zelfs nog lager.
Zoötechnische kwaliteiten
  • Leeftijd bij 1ste kalving:
    De BWB vrouwelijke runderen zijn vroegrijp en bereiken vroeger de puberteitsleeftijd dan de vrouwelijke dieren van andere vleesrassen.
    De leeftijd waarop voor het eerst wordt gekalfd, bedraagt gemiddeld 29-30 maanden. Bij de uitbating van een veestapel komt het evenwel vaak voor de vaarzen kalven op de leeftijd van 24 maanden. Met het oog hierop, worden ze dan intensief gevoerd tot het ogenblik van kalven.
  • Kalverinterval:
    Het gemiddelde interval bedraagt 14 maanden. Bij 75 % van de koeien ligt dit tussen 11 en 15 maanden.
  • Drachtduur en tweelingzwangerschappen :
    Het BWB rund behoort tot de groep van rassen met een relatief korte dracht. Deze laatste duurt bij de mannelijke foetus 282.6 dagen en bij de vrouwelijke 281.6 dagen.
    De frequentie van een dracht met tweelingen is gemiddeld 2.3 %.
  • Aantal geslaagde KI:
    In België, ongeveer 50 % van de geboorten zijn afkomstig van kuntsmatig inseminatie.
    Het aantal geslaagde bevruchtingen (58 dagen) is van 69.7 %.
Het geboortegewicht van mannelijke kalveren bedraagt gemiddeld 47 kg, terwijl dat bij vrouwelijke kalveren 44 kg is.

Gemiddelde Dagelijkse Groei  - Verbruiksindex

De Gemiddelde Dagelijkse Groei (GDG) van fokstieren van 7 tot 13 maanden van de rundveeselectie centrum bedraagt 1.5 kg/dag. 
In afmesting, bereikt het 1.350 kg / dag.
De voederconversie ( kilogram krachtvoeder per kilogram groei) verbeterd geleidelijk aan bij het vlees type. Bij dit type wordt een lager verbruik genoteerd en een betere omzetting. 

Deze gunstige verbruiksindex kan verklaard worden doordat de gewichtstoename rijker is samengesteld, met name uit eiwitten, en tegelijk armer is aan vetten. De verbruiksindex bedraagt tussen 7 en 13 maanden ongeveer 4,2 kg krachtvoeder / kg groei

Aangezien het bevleesd dier een geringe neiging vertoont tot afzetting van vet, kan het gefokt en vet gemest worden op basis van een energierijke voeding die resulteert in een gewichtstoename zonder het risico van de vorming van overmatig vet. De traditionele formule is hier het kweken van stieren van 18 tot 19 maanden oud met een gewicht van ongeveer 650 kilogram

Contactez-nous

Rendement bij de slachting - Karkasse samenstelling

Bij het BWB ras, bedraagt de rendement bij de slachting 70 % en meer. Met een vlees rendement van de karkas van 82 %, en meer zelfs, leveren deze dieren bij een zelfde levend gewicht van, bijvoorbeeld, 600 kg, 100 kg vlees méér dan de exemplaren waarvan het rendement bij slachting 60 % bedraagt.
In België, worden 70 % van de karkassen van jonge vee in S en E categorieën ingedeeld. Dat verleent het een uitzonderlijke situatie. Dankzij deze kenmerken, produceert het BWB ras een maximum vlees voor een minimum afvallen.

Wat het versnijden betreft, erop dient gewezen dat heel wat spieren die bij de gewone runderen behoren tot de 2de categorie, opnieuw worden gekeurd als zijnde van 1ste categorie wanner ze in de handen van onze slagers terechtkomen, met als gevolg een hoger rendement (+35%) aan stukken met een snellere kooktijd.

Vleeskwaliteit

Het BWB wordt door de fokkers geselecteerd om aan de verwachtingen van de consumenten te beantwoorden. België is een land waar de vleesconsumptie zeer belangrijk is: 100 kg per jaar en per persoon, waarvan 20 kg van rundvlees. Het BWB vlees vertegenwoordigt 75 % van de nationale productie van rood vlees.

Het BWB ras onderscheidt zich door de geproduceerde hoeveelheid van vlees maar ook door zijn kwaliteit.

Zijn voederwaarde wordt door 4 hoofdelementen bepaald : het vlees is zeer rijk aan eiwitten van hoge biologische waarde, aan vitaminen B 3 en B12, aan ijzer en zink, beiden van een vorm die gemakkelijk door het organisme goed opneembaar is.

Het BWB vlees wordt door dokters en diëtisten aangeraden. Het bevat immers minder cholesterol (+/- 45 mg / 100g) dan kippenvlees (+/- 62 mg / 100g).

Bovendien, bevat het BWB vlees gemiddeld 5 % vet, d.w.z. 2 tot 3 keer minder dan de vlees geproduceerde door andere vleesrassen. Zijn lipoïdische samenstelling wordt door een goede verhouding tussen de vetzuren gekenmerkt ; het vet van zo’n kwaliteit is niet ongunstig voor de gezondheid.

Anderzijds, dankzij de fijnheid van de vezelstructuur en zijn laag gehalte aan bindweefsel, is het BWB vlees bijzonder mals.

Het BWB vlees dient 1/3 tijd minder te bakken dan alle ander rundveevlees.

In het kort, biedt het BWB aan de consumenten precies wat ze wensen : een mager, mals en smaakvol vlees, geproduceerd met respect voor de welzijn van de dieren en de voedselveiligheid.
Image